Europese Biocidenverordening

De Biocidenverordening (veelal afgekort als BPR) onderscheidt ruim twintig productsoorten, variërend van dierplaagbeheersing tot houtverduurzaming, van aangroeiwering tot desinfectie en van schimmelwering tot conservering. Gezamenlijk hebben deze middelen een grote toegevoegde waarde, zowel voor de samenleving als voor de sectoren waarin ze worden gebruikt.

Afgezien van de volksgezondheid, die bijvoorbeeld bij de uitbraak van een dierziekte of de verspreiding van besmet voedsel onmiddellijk wordt bedreigd, is de economische schade, die ontstaat bij het wegvallen van biociden of het niet langer beschikbaar zijn van een breed middelenpakket moeilijk te overschatten. Bovendien bespaart Nederland door de toepassing van biociden jaarlijks veel energie en dus CO2-uitstoot.

wet

Wettelijk kader

Op grond van de Europese Biocidenverordening (Verordening (EU)Nr. 528/2012) mogen biociden, of producten die met biociden zijn behandeld, alleen op de markt worden gebracht als daarvoor een toelating is verleend. Om een goedkeuring voor de werkzame stof en een toelating voor het middel te verkrijgen, moet de aanvrager een dossier indienen bij het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA). Dit Agentschap beoordeelt of de stof inderdaad werkzaam is, veilig kan worden toegepast en geen risico’s oplevert voor mens, dier en milieu.

Na goedkeuring moeten bedrijven die biociden in de handel willen brengen een aanvraag voor productautorisatie indienen. Daarbij heeft men de keuze tussen een Europese toelating en een toelating per lidstaat. In Nederland beoordeelt het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) deze aanvragen. Iedereen kan er dus op vertrouwen dat elk toegelaten biocide door en door getest en veilig is bevonden.

De besluiten tot goedkeuring en toelating van biociden zijn openbaar, net als de onderbouwing ervan. Een goedkeuring of toelating wordt voor maximaal 10 jaar verleend. Nieuwe gegevens over mogelijke schadelijke effecten van een stof of middel kunnen ertoe leiden, dat de goedkeuring of toelating tussentijds wordt beperkt of ingetrokken.